2009
OverLeven in woorden
Dit jaar wordt er tevens samengewerkt met het Drentse Open-Dicht Poëziefestival. De landelijke dichtwedstrijd die door deze stichting wordt georganiseerd krijgt ook als thema OverLeven. Er verschijnt een bundel met de beste gedichten uit de wedstrijd met als illustratie daarbij afbeeldingen van de ontwerpen van de uitgekozen kunstenaars. De 4 beste dichters worden uitgenodigd om hun gedichten voor te dragen tijdens de speciale Maan-avond op 10 augustus bij de kunstwerken van de wandelroute in Schoonoord. Meer informatie op www.drentseopen-dicht.nl


Deze bundel is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de Stichting Drenthe Poëzie. Met als thema OverLeven werd een landelijke gedichtenwedstrijd uitgeschreven. Naar aanleiding hiervan werden dertig werken ingeleverd en uit deze inzendingen werden er tien genomineerd. Daarna werden er vier gedichten uitgekozen als prijswinnaars. De tien gedichten en de vier prijswinnaars zijn in deze bundel opgenomen in combinatie met ontwerpschetsen en/of foto’s van uitgevoerde werken uit het project ‘Kunst- en natuurwandeling OverLeven’. Met dit kunstproject vierde de Stichting Natuurkunst Drenthe haar eerste lustrum. Sinds 2005 organiseert men jaarlijks een kunst- en natuurwandeling in het Staatsbos bij Schoonoord, direct achter het openluchtmuseum Ellert en Brammert.
www.natuurkunstdrenthe.nl
OverLevenVerdicht
Als initiatiefnemer van het Drents Open-Dichtfestival en uit hoofde van zijn functie als stadsdichter van de gemeente Coevorden liet Mart Brok zich samen met Rik Holwerda (tekenaar en dichter uit Dalerveen) inspireren door een aantal beeldende kunstprojecten zoals deze te zien zijn in ‘Kunst- en natuurwandeling OverLeven’. Deze gedichten vormen het tweede deel van deze bundel.
Keuze
De jury , bestaande uit Adri A.C. de Fluiter, Mart Brok en Rik Holwerda nomineerde de volgende gedichten:
Van Tijd En Leven
In het maïsveld huist een resem muizen
Overleven
OVERLEVEN
Overleven
Tinus de ringmus, hartstikke dood
Sterrenplukkker
Vader en Zoon
Waterlelie
Onsterfelijk
De vier beste gedichten werden voorgedragen op de laatste Maan-Poezie-Avond op 10 augustus. Aanvang 20.30 uur. Locatie: bij het beeld The Nest van Bettino Francini, op de rand van de geltsjerkuil. Tevens was daar de presentatie van de bundel met de overhandiging van het eerste exemplaar aan dichter/kunstenaar Erik Harteveld. Presentatie van het programma Adri A.C. de Fluiter.
Er is geen rangorde toegekend aan de vier beste gedichten. Deze vier dichters zijn allen winnaars.
Van Tijd En Leven
Bladstil hangt de tuin te puffen.
De lome middag loert op onweer,
toch zijn we nog buiten
adem van de lange wandel
en de trek die ons meesleept
in haar hongerstilling om meer.
Het duizelt me van de bekoornis
die ik met haar herontdekt heb.
Na al het lange wachten op slechts
een vermoeden van en dan dit
geruild krijgen tegen.
Ik check opnieuw de juiste stand
van de parasol, geef haar een blik van
er restten ons nog vele jaren zo,
samen oud en samen gezond.
Zij houdt lang mijn ogen vast,
er blinkt iets van opzij ~
ik zie hoe zij, bijna achteloos,
de liegplek op haar hand
kalmpjes voor mij verbergt.
De zon schijnt onbarmhartig
door het beginnend lichten.
© Sunshine Tenochtithlan
In het maïsveld huist een resem muizen
drachtige wolken werpen hun gifvruchten af
en de kracht van de bomen wordt benepen
onder mijn schedel lichten witte vlekken op
grijs verzwakt de waarden en chemische regen verwelkt het korenveld
muizen bezwijken onder de kolven
vlezige vlekken vernauwen het zicht
het licht in vale ogen laat sporen na
een modderlaag verduistert de tunnel
een geopende schedelpan en ontcijferde cellen
de cirkel vroegtijdig onderbroken
in het ijle staren muizen
© Erika de Stercke
Overleven.
Mijn hoofd wordt een vergeetvergiet,
is niet meer te genezen.
Ik kan geen kaart meer lezen,
verdwaal in mij bekend gebied.
Als ik eerlijk mag wezen:
het overleven trekt mij niet.
De flard geluk die overschiet
wordt te mooi aangeprezen.
Wie kent nog net als ik de straat
waarin ik werd geboren?
Ik wil hun stemmen horen
in lachen dat nooit overgaat.
Zolang dat wonder niet bestaat
leef ik achterstevoren.
© Hannelly
OVERLEVEN
Netjes trekt de strijkbout banen,
de mouwen van je overhemd
ontplooien zich een laatste keer
al lijkt vaarwel zo
makkelijk invoegbaar
Lang heb ik het gekoesterd
je geur, de boord haast opgesnoven
avond na avond weer opnieuw
tot het moment dat jij
ook daar vervaagde
Uren spraken wij erover
wat de een als de ander, en dat
de mist van pijn en eenzaam
altijd weer optrok om
het zonlicht door te laten
Dat dagen in beginsel
oneindig zouden lijken, en
nachten dodelijk in stil, maar
dat het relatief
en slechts het tastbare zou zijn
Het kreukbare is gladgestreken
behoedzaam vouw ik het ineen
mijn ziel onder mijn arm geklemd
als twijfel ik niet meer
om haar ook weg te geven.
© JELOU
Overleven
Overleven is als een merel,
die zwart schijnt van het niets zijn.
Hij schettert van doodsangst,
schijtend op wat onder hem valt
en domweg volhardt hij
in nesten bouwen.
© Annie Martens
Tinus de ringmus, hartstikke dood
Tinus was een ringmus
hij is al jaren dood
toch praat grootvader
nog zo graag over hem
Tinus was een ringmus
dat was toen gewoon
hij is al jaren dood
ik ben allang groot
Tinus was een ringmus
grootvader blijft verhalen
vertellen over het beest
hij is al jaren dood
Tinus was een ringmus
hij leefde op het erf
en had nooit een nest
hij is al jaren dood
Tinus was een ringmus
hij is al jaren dood
de verhalen boekendik
grootvader niet uitvertelt
Tinus was een ringmus
ik heb geen kinderen
hij is al jaren dood
en dit verhaal uit
© Lindaas
Sterrenplukker
in de schaduw van glitter
en licht klinken nog laat
zijn simpele akkoorden
rinkelen schaarse munten
in zijn versleten hoed
lopen haastige stappen
in een kille stoet aan
hem voorbij
tokkelt hij met kleumende
vingers de sterren
van de hemel
© Bert van der Linden
vader en zoon
een puls
bloed stromend
door de slangen
buiten mijzelf
word ik geschoond
met zacht gebrom en dan die klik
jij zit weer naast me
we praten
over regen voetbal en de dingen
© Frans Ort
waterlelie
als breekbare elfen
dansten wij
op de waterlelie in het park
onder loof en zon
met water aan onze voeten
de hemel op aarde
genoten wij
van dansen met de ander
maar die zomer ging voorbij
rest ons herinneren
aan een zalig samenzijn
bloemen sluiten zich
en verdorren
de nacht valt
en weldra jaagt de herfstwind
droge bladeren uit bomen
© Sabine van den Berg
Onsterfelijk
Ik ben een oude eik.
Ik heb ze zien komen en gaan.
Al die snelle jongens en meisjes.
De populieren en de wilgen.
Ze lachten me uit.
In een razende vaart groeiden ze op,
werden volwassen,
hadden praatjes
en waren al spoedig oud.
Hoogmoed komt ten val, zeggen ze.
Geveld en verteerd zoog ik ze op.
Mijn einde nadert echter.
Na duizend jaar nemen de krachten af.
Ieder jaar laat ik minder eikels vallen.
Oud is relatief zeggen ze.
Nou vergeet het maar.
Zo’n oude knoest als ik kan het weten.
Ik voel me stram en stijf.
Er wordt aan me geknaagd door kevers,
er wordt in me gehakt door spechten,
er sluimeren schimmels in mij,
met lieflijke namen als elfenbankje.
Van binnen wordt ik compleet opgevreten.
Laatst had ik jeuk aan mijn bast.
Er groeit een gigantische zwam.
Een Tondorzwam.
Zo onheilspellend klinkt mijn vooruitzicht.
Binnenkort val ik om,
bij de eerst volgende zware storm.
Langzaam zal het bos mij dan verteren
en moet ik geduldig wachten
Tenslotte zal ik weer verrijzen
en omvallen
en verrijzen
© Mischa Huijsstee