Kleding ruil

Jacob Joachim

Mijn relatie met kunst en natuur en landschapskunst is vooral afkomstig vanuit een ruimte gerelateerd oogpunt; ik studeerde architectuur. De perceptie van ruimte, haar structuur, materiaal en kleuren, en haar specifieke locaties en navigatie in deze locaties was het tegenovergestelde gedrag van onbekende landschappen, voordat een eventuele vestiging en bouw zou plaatsvinden. Maar wij denken, dat was gisteren ...

Worden natuurkunst en landschapskunst vandaag de dag dan slechts gevormd door neoromantische dromen van ecologen? Tegenwoordig worden onze landschappen omgevormd in technologische matrices van verkenning en zaken die daar aan bij dragen. Onze perceptie van natuur en landschap wordt in toenemende mate geleid door beelden die afkomstig zijn van films, televisie en computer. Daarom wordt de natuur meestal ervaren in parkachtige situaties, wat gekoppeld wordt aan dagelijkse levenservaringen in de steden. Dit zijn dus beelden van de natuur die de perceptie ervan beïnvloeden.

Terretoria ontstaan door nederzettingen, die zich door grenzen afbakenen en zich daardoor definiëren. Ongeacht waar nederzettingen ooit komen te staan, ze ontwikkelen zich met hutten en huizen die ontstaan uit het materiaal dat op de plek te vinden is, want dat is goedkoop en makkelijk te verkrijgen. 

Langs de grens, het grensgebied, bekijkt men elkaar enigzins met wantrouwen en staan aanvankelijk sceptisch tegenover elkaar. Geen liefde op het eerste gezicht met de naaste buur. Als de wederzijdse buren van de grens voor elkaar wat opener staan, zullen ze op velerlei gebieden met elkaar van gedachten wisselen en kan een dialoog beginnen. 

Het kunstwerk 'Kleding ruil' bevindt zich op een plek die zich kenmerkt door een groot aantal gevelde bomen, grijs en wanordelijk door elkaar. De plek draagt sporen van vernietiging. 
Twee hutjes in een archaïsche vakwerkconstructie, met kalfverf wit geschilderd, staan op een as van ca. 60 meter lengte met hun gevels tegenover elkaar. Deze as, die de weg die de diagonaal over de gerooide plek kruist, is ongeveer van west naar oost georiënteerd. Het land tussen de hutten is niemandsland, levensgevaarlijk terrein. Daartegenover staan de heldere, abstracte voorgevels van hutten. Deze vormen een hechte band met elkaar.

De ene hut staat beschut onder loofbomen, de andere staat vrij aan het einde van de gerooide plek. Deze buren kennen elkaar al, de (be)kleding ruil is hier al begonnen. De loofhut is met het gerooide materiaal bekleed, de hut op de gerooide plek is met frisse bladeren (van eik, beuk en lijsterbes) van de buurman bekleed.

Kleding ruil is een synoniem voor wederzijdse waarnemingen, culturele uitwisseling en wederzijds begrip. Dit zouden de inwoners van Europa, gezien de toestroom van vluchtelingen, heden ten dage niet moeten vergeten. Europa heeft altijd al van haar culturele verscheidenheid mogen profiteren!